Beoordeling organisatie 8,5 ★★★★★

06 31 57 78 82 nascholing@stateoftheair.nl

Het ROER-formulier voor spirometrie invullen

Het ROER-formulier is het beoordelingsformulier voor spirometrie van de CAHAG. De letters staan voor Restrictie, Obstructie, Ernst en Reversibiliteit: vier vragen die je bij elke longfunctiemeting in dezelfde volgorde beantwoordt. Je gebruikt het formulier in de praktijk en bij elke casus in je CASPIR-portfolio. Hieronder lees je welke versie je nodig hebt, wat je per onderdeel invult en waar het invullen het vaakst misgaat.

De twee versies

Er zijn twee versies. In de basiscursus (module 1 tot en met 5) werk je met het uitgebreide formulier. Dat vraagt de uitvoering stap voor stap uit in ja/nee-vragen, zodat je leert waar je op let. Bij module 6, de hercertificering, gebruik je de korte versie: een A4, met de uitleg op de achterzijde.

Eerst de curve, dan de cijfers

De fouten op deze pagina komen van de longfunctieanalist die bij ons de portfolio’s beoordeelt. Haar meest gegeven opmerking past in een zin: kijk eerst goed naar de curves en daarna pas naar de cijfers.

Die volgorde raakt zoek door de software van de spirometer. Na drie pogingen meldt die vaak in groen “goed geblazen”, op basis van de getallen en niet van de vorm van de curve. In portfolio’s zien we dan drie pogingen waarvan er een technisch goed is en twee een mankement hebben, zoals een trage stijging of een afwijkend lage PEF, de piekstroom.

Stop daarom niet vanzelf na drie pogingen. Het formulier gaat uit van maximaal acht, en meer als de patiënt nog steeds beter gaat blazen.

Het formulier per onderdeel

In de afbeelding zie je het korte formulier. De zes genummerde onderdelen komen daaronder een voor een aan bod, met dezelfde nummers in de koppen.

Het korte ROER-formulier voor spirometrie van de CAHAG, met de zes onderdelen genummerd

1. Uitvoering en coöperatie

Je noteert of de patiënt de uitleg begreep, je correcties opvolgde en een maximale inspanning kon en wilde leveren. Op het korte formulier is dat een regel: coöperatie goed, matig of slecht. Bij matig of slecht schrijf je de reden erbij.

Veelgemaakte fout: “goed” invullen omdat de software het aangeeft. Wat je invult is je eigen oordeel over de patiënt en de curves.

2. Acceptatie van de curves

Een curve is acceptabel als hij snel stijgt, een scherpe piek heeft, glad verloopt en geleidelijk daalt naar de X-as. Bij de uitademing probeer je binnen vijftien seconden een plateau van een seconde te halen. Je hebt drie acceptabele curves nodig.

Schematische flow-volumecurve: links een acceptabele curve met snelle stijging en scherpe piek, rechts een curve met een hapering door hoesten

Elk kenmerk controleer je op een eigen plek. Houding, mondstuk en luchtlekkage beoordeel je aan de patiënt, tijdens het blazen. Stijging, piek en daling zie je in de flow-volumecurve. Het plateau zie je in het volume-tijddiagram.

Veelgemaakte fout: de lijst standaard met ja invullen, ook als de curves iets anders laten zien. De curve met de hoogste waarden voelt al snel als de beste, of hij technisch goed is of niet.

De regel over vijftien seconden zorgt voor verwarring. Je hoeft niet vijftien seconden uit te blazen. Wat je controleert is het plateau van minimaal een seconde, volgens de ERS-criteria van 2019.

3. Herhaalbaarheid

Uit de drie acceptabele curves vergelijk je de twee hoogste waarden van de FVC, het totale volume dat de patiënt geforceerd uitademt, en de twee hoogste van de FEV1, het volume in de eerste seconde. Het verschil moet in beide gevallen kleiner zijn dan 150 ml (0,15 liter).

Veelgemaakte fout: de herhaalbaarheid bepalen op de hoogste waarden van alle pogingen, ook als die uit een poging komen die technisch niet goed is. Onze beoordelaar noemt dit de grote instinker: ook bij dit onderdeel gaat de vorm voor het getal.

4. Resultaten

Voor de FVC en de FEV1 vul je de voorspelde waarde in, de gemeten waarde vóór en na bronchusverwijding, het percentage van voorspeld en de z-score. Die laatste geeft aan hoe ver de gemeten waarde van de voorspelde waarde afligt. Daarnaast noteer je de verandering na bronchusverwijding, in procenten en in milliliters. Voor de verhouding FEV1/FVC noteer je de voorspelde waarde, de gemeten waarde en de z-score. Op het korte formulier vul je ook de FIVC in, het volume van de geforceerde inademing, vóór en na bronchusverwijding.

Veelgemaakte fouten:

  • De z-score blijft leeg.
  • De procentuele verandering wordt zelf uitgerekend in plaats van uit de tabel gehaald.
  • Liters en milliliters lopen door elkaar. 0,10 liter is 100 ml.

5. Interpretatie volgens ROER

Dit is het onderdeel waar het formulier zijn naam aan dankt. Per letter beantwoord je een vraag.

  • Restrictie. Is de z-score van de FVC lager dan -1,64? Dan vul je “mogelijk” in, anders “nee”.
  • Obstructie. Is de z-score van FEV1/FVC lager dan -1,64? Dan is er obstructie.
  • Ernst. Alleen bij obstructie. Je bepaalt de ernst op de FEV1 als percentage van voorspeld: 80% of hoger is mild, 50 tot 80% matig, 30 tot 50% ernstig en lager dan 30% zeer ernstig.
  • Reversibiliteit. Neemt de FEV1 na bronchusverwijding toe met minimaal 12% én 200 ml?

Veelgemaakte fouten:

  • Een conclusie over restrictie of obstructie zonder ingevulde z-score.
  • Op het uitgebreide formulier staat bij obstructie “pre/post FEV1/FVC”. De eerste schuine streep scheidt de meting vóór en na bronchusverwijding, de tweede hoort bij de verhouding FEV1/FVC. Je vult dus twee keer die verhouding in, niet de FEV1 en de FVC los.
  • De ernst berekenen op FEV1/FVC in plaats van op de FEV1, of een ernst invullen terwijl er geen obstructie is.
  • Bij reversibiliteit alleen naar de 12% kijken en de 200 ml vergeten. Beide moeten gehaald zijn.

6. Conclusie en beleid

In het laatste vak komen de getallen en de curve samen in je conclusie en je advies. De hokjes zeggen niet alles. Beschrijf daarom in een of twee zinnen wat je zag, bijvoorbeeld: “Spirometrie: wat moeite met krachtig uitblazen waardoor vooral de PEF wat wisselend is. Op de overige metingen is de herhaalbaarheid wel behaald. Patiënte werd niet duizelig of moe. Ook geen hoestprikkel.” Wie het formulier later leest, weet dan ook wat jij tijdens het blazen zag.

ROER in je portfolio en bij module 6

In je portfolio werk je elke casus op dezelfde manier uit: de anamnese, de curve, de getallen en het ingevulde ROER-formulier, in PowerPoint. Het sjabloon en een uitgewerkt voorbeeldportfolio met beoordeling vind je bij de documenten.

Bij module 6 bespreek je casussen uit je eigen praktijk met een kaderhuisarts, een longarts en een longfunctieanalist. Die avond oefen je ook acceptatie, herhaalbaarheid en interpretatie.

Kom je er bij het invullen niet uit, dan kun je extra ondersteuning aanvragen.

POH Kennisbank

De POH Kennisbank biedt praktijkondersteuners actuele richtlijnen en betrouwbare informatie om de patiëntenzorg te verbeteren. Dit centrale platform ondersteunt bij dagelijkse werkzaamheden en kennisontwikkeling.

Liever direct contact?

Bel of app 06 31 57 78 82 of mail nascholing@stateoftheair.nl. Krijg je ons niet direct aan de lijn, spreek dan in: wij bellen altijd terug.